Eind 2009 was het totaal aantal werknemers van de Philips Groep 115.924, tegen 121.398 eind 2008. Ongeveer 45% van de werknemers werkte in de verlichtingsdivisie, 30% in de gezondheidszorg en 16% in de divisie consumentenproducten. Acquisitie in 2009 leidde tot een toename van 2.432 werknemers.
Ongeveer 57% van de werknemers is gebaseerd in gevestigde markten en 43% in opkomende markten.In 2009 was er een afname van het aantal werknemers in de gevestigde markten voornamelijk als gevolg van organisatorische herstructurering. De opkomende markten zagen ook een afname in het aantal werknemers aangezien de stijging door aankopen van de divisie gezondheidszorg in China, India en Brazilië grotendeels tenietgedaan werd door de verkoop van de televisie-fabriek in Juarez (Mexico) en de personeelsvermindering als gevolg van lagere productie in Lighting.
Richtlijnen op corporate niveau
Philips’ personeelsbeleid is verwoord in de General Business Principles (GBP) en GBP-richtlijnen. Het hoofdstuk ‘Commitment Towards Employees’ specificeert het standpunt van het bedrijf over het recht van werknemers op organisatie, veiligheid en gezondheid, gelijke en eerlijke behandeling en lonen en betalingen. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 9 (‘werknemers’) en 10 (‘veiligheid en gezondheid’) van de GBP-richtlijnen.
Philips gebruikt verschillende sociale indicatoren om zijn prestaties op het gebied van human resources te evalueren. In 2009 werden 318 meldingen ingediend met betrekking tot vermeende schendingen van de GBP in 2008 waren dat er 360. Philips legt uit dat de meeste vermeende schendingen betrekking hebben de behandeling van werknemers, deze vertegenwoordigen 51% in 2009 tegenover 55% in 2008.
De overgrote meerderheid van de klachten met betrekking op twee kwesties: discriminatie en respectvolle bejegening. De stijging van het aantal klachten met betrekking tot beloningskwesties is opvallend. Uit nadere analyse is gebleken dat veel van deze problemen kunnen worden toegeschreven aan de economische neergang. Volgens Philips heeft dat geleid tot druk op de lonen in het algemeen en op betaling voor overwerk in het bijzonder.
Philips heeft geen beleid dat de mogelijke toepassing van Philips-producten voor militair gebruik reguleert. In de huidige versie van Philips GBP is niets opgenomen over dit probleem.
Andere prestatie-indicatoren van Philips zijn de Employee Engagement Index(EEI –een combinatie van inzichten en houdingen die te maken hebben met de tevredenheid van werknemers, betrokkenheid en advocacy), de cijfers met betrekking tot diversiteit en het aantal verloren werkdagen/letsel (als een werknemer niet kan werken ten gevolge van een bedrijfsongeval). Philips heeft targets voor alle indicatoren en doet daar jaarlijks verslag van. In 2009 daalde de EEI een punt in vergelijking met 2008 naar 68% dat twee punten lager is dan de doelstelling van 70% voor 2009. De doelstelling voor 2010 is 70%.
Uitbesteding en verplaatsing van werk naar het buitenland
In zijn jaarverslag over 2009 erkent Philips de voortdurende trend om uit te besteden. Philips heeft commitments geformuleerd en sociale en milieueisen voor zijn toeleveranciers (zie 4.3). Vanwege de toegenomen afhankelijkheid van leveranciers en dienstverleners noemt Philips in zijn duurzaamheidsverslag dat uitbesteding en verplaatsing van werk tot de belangrijkste risicofactoren horen.
Philips geeft geen verdere cijfers en gegevens over uitbesteding en verplaatsing in zijn jaarverslagen, maar het is duidelijk dat de divisie verlichting veel werk heeft verplaatst van Nederland naar lage-kostenregio’s.
Bronnen en documentatie
Philips jaarverslagen
Philips resultaten eerste kwartaal 2009
Philips General Business Principles
Philips GBP richtlijnen
Philips duurzaamheidswebsite
Philips website sociale indicatoren
Philips leveranciers website
Ethische code voor toeleveringsmanagement
Website over Philips van FNV Bondgenoten